MENU

Het Uitvoerings- en Monitoringprotocol (hierna: UMP) beschrijft de monitoring- en uitvoeringsregels ten behoeve van de producentenverantwoordelijkheid voor de inzameling en recycling van verpakkingen. Het UMP is onder verantwoordelijkheid van de Begeleidingscommissie Raamovereenkomst opgesteld door Stichting Nedvang en VNG en geeft de uitwerking van de verplichtingen die gelden bij deelname aan de afvalbeheerstructuur door organisaties met een centrale rol in de verpakkingsketen zoals gemeenten, afvalbedrijven, recyclers, Stichting Afvalfonds Verpakkingen en Stichting Nedvang. De tekst van het UP-Afvalbedrijven is tot stand gekomen in samenspraak met Vereniging Afvalbedrijven en NVRD. De tekst betreffende kwaliteitseisen is afgestemd met de materiaalorganisaties.

Hoofdstuk 1 bevat een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van UMP 2.0. In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de beheersstructuur. Hoofdstuk 3 licht het kader van wet- en regelgeving toe en aanvullende officiële publicaties. In hoofdstuk 4 komen de doelstellingen van recycling en nuttige toepassing aan de orde. Hoofdstuk 5 beschrijft de organisatie van de producentenverantwoordelijkheid en de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. In hoofdstuk 6 wordt een overzicht gegeven van alle bijlagen die deel uitmaken van het UMP.

Afkortingen en begrippen die in dit UMP zijn gehanteerd hebben de betekenis die hieraan in bijlage 1 is toegekend. Voor een goed begrip van het UMP is het van belang kennis te nemen van deze definities.

Het UMP is een praktische uitwerking van de verplichtingen voortkomend uit wetgeving, overeenkomsten en aanvullend gemaakte afspraken voor het dossier verpakkingen. Een schematische weergave van voornoemd kader is opgenomen in het onderdeel Kader wet- en regelgeving.

De geldende wet- en regelgeving, de Raamovereenkomst verpakkingen (inclusief bijlagen, addenda en afspraken van de Begeleidingscommissie), de Afvalbeheerbijdrageovereenkomst verpakkingen, de deelnemersovereenkomst gemeenten of de rapportageovereenkomst afvalbedrijven zijn in geval van strijdigheid leidend ten opzichte van het UMP.

Dit UMP (versie 3.1) treedt in werking vanaf 1 januari 2018. Dat betekent onder meer dat alle activiteiten voortvloeiend uit het Besluit en de Raamovereenkomst verpakkingen van gemeenten, afvalbedrijven en Nedvang vanaf 1 januari 2018 zullen worden uitgevoerd conform en met in acht neming van het bepaalde in dit UMP. Tot die activiteiten behoren onder meer:

  • het indienen van gegevens en het doen van opgave(n) door gemeenten en afvalbedrijven met betrekking tot boekjaar 2018 en verder;
  • het organiseren van en doen plaatsvinden van de inzameling en de be- en verwerking van verpakkingsafval door gemeenten en afvalbedrijven;
  • het uitvoeren van beoordeling en controle door Nedvang; en,
  • het uitkeren van vergoedingen door het verpakkende bedrijfsleven.

In geval van onduidelijkheid over de uitleg van een verplichting van een gemeente, afvalbedrijf en Nedvang voortvloeiend uit de Raamovereenkomst verpakkingen of het Besluit in de periode tot 1 januari 2018 zal de betreffende verplichting zoveel als mogelijk worden uitgelegd conform het bepaalde in dit UMP, voor zover de op dat moment geldende wet- en regelgeving, afspraken en overeenkomsten daaraan niet in de weg staan.

Belangrijke documenten

1. Wijzigingen ten opzichte van UMP 3.0

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

Het UMP 3.1 is een gedeeltelijke herziening van UMP 3.0. Deze gedeeltelijke herziening is een gevolg van:

  • Ervaringen met de uitvoering van UMP 3.0;
  • Actualisatie meetprotocollen;
  • Uitbreiding geaccepteerde kunststoffracties;
  • Second opinion onderzoeken naar de beoordelingssystematiek voor de verwerking van resultaten van metingen van de fysieke samenstelling van kunststof en drankenkartons;
  • Vervanging reguliere accountantscontrole door accountantsprotocol gemeentelijke jaaropgave.

Veel afspraken en de wijze van werken tussen Nedvang, VNG en individuele gemeenten en afvalbedrijven blijven in stand en zijn uitsluitend geactualiseerd of uitgebreid.

Herzieningen op hoofdlijnen: 

  • Actualisatie van de meetprotocollen en toevoeging van meetprotocol voor metaal (zie UMP bijlagen 3.1 t/m 3.5);
  • Toevoeging van de kunststoffracties MPO, PET trays en PS aan het UP-Gemeenten (zie UMP bijlagen 2 en G3). Het toevoegen van deze fracties heeft als doel de hoeveelheid mix kunststoffen en residu te minimaliseren. Deze nieuwe fracties zijn geen vervanging van de huidige monostromen. Gemeenten zijn niet verplicht van de nieuwe kunststoffracties gebruik te maken;
  • De beoordelingssystematiek voor de verwerking van resultaten van metingen van de fysieke samenstelling van kunststof en drankenkartons is geactualiseerd n.a.v. second opinion onderzoeken (zie UMP bijlage G4.3);
  • De vergoeding voor de inzameling en recycling van drankenkartons wordt na 2017 voortgezet (zie UMP bijlage G3);
  • Vervanging reguliere accountantscontrole door accountantsprotocol gemeentelijke jaaropgave (zie UMP bijlage G4.1; v2 d.d. 07-05-2018);
  • Afvalbedrijven die in opdracht van een gemeenten huishoudelijk verpakkingsafval inzamelen, dienen jaarlijks minimaal 13 opgaven in te dienen (zie UMP bijlage A4).

2. Beheerstructuur UMP

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

Het UMP 3.0 is tot stand gekomen door een werkgroep Herziening UMP. Deze werkgroep heeft direct gerapporteerd aan de Begeleidingscommissie. Het UMP is vanaf versie 3.0 uitsluitend in digitale vorm en een websitestructuur beschikbaar op www.umpverpakkingen.nl. Op deze website is de meest actuele versie beschikbaar, evenals een overzicht van de wijzigingen.

Het beheer van het UMP is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • De eigenaar van het UMP is de Begeleidingscommissie;
  • Een beheercommissie UMP zal namens de Begeleidingscommissie het dagelijks beheer uitvoeren. Deze beheercommissie heeft als taken:
    • voorportaal voor de Begeleidingscommissie (inhoudelijke voorbereiding) bij wijzigingen;
    • signaleren van knelpunten in de toepassing van het UMP;
    • ‘early warning’ bij onverwachte ontwikkelingen;
    • communiceren over UMP wijzigingen;
    • geven van interpretaties of uitleg over de UMP tekst (2e lijn, na Nedvang);
  • Beslissingen uit de Begeleidingscommissie, welke een invloed hebben op de inhoud van het UMP worden gedeeld met de beheercommissie;
  • De beheercommissie UMP komt minimaal twee keer per jaar bijeen;
  • De beheercommissie UMP bestaat uit twee vertegenwoordigers namens de gemeenten, twee namens het verpakkende bedrijfsleven en secretariële ondersteuning.

In Figuur 2 is een vereenvoudigd procesdiagram van de UMP beheerstructuur weergegeven. Een huishoudelijk reglement beschrijft de werkwijze van de beheercommissie UMP en geeft een overzicht van de rollen van de verschillende betrokken partijen en hun bijdrage aan het beheer van het UMP, dit om te voorkomen dat voor kleine wijzigingen met een minimale impact de Begeleidingscommissie en of de beheercommissie bijeen moet komen.

Figuur 2
Figuur 2 - Procesdiagram beheerstructuur UMP

 

3. Kader wet- en regelgeving

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

In wet- en regelgeving en verschillende overeenkomsten – zoals de Raamovereenkomst - zijn zowel de producentenverantwoordelijkheid voor het beheer van verpakkingen als de rolverdeling van de diverse bij de uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid betrokken partijen (zoals producenten & importeurs, gemeenten en afvalbedrijven) vastgelegd. Figuur 3 geeft de samenhang van wet- en regelgeving en het afsprakenkader schematisch weer. De hoofdlijnen van het verpakkingendossier zijn weergegeven. Voor een meer gedetailleerd begrip van wet- en regelgeving en de gemaakte afspraken verdient het aanbeveling kennis te nemen van de achterliggende brondocumenten.

Figuur 3 - Samenhang van officiële publicaties die van invloed zijn op de uitvoeringsregels in UMP

 

Europese richtlijnen

Twee Europese richtlijnen staan centraal in het verpakkingendossier. Die richtlijnen hebben – kort gezegd - als doel de effecten van het gebruik van verpakkingen op het milieu en de volksgezondheid te beperken en recycling, hergebruik en andere vormen van nuttige toepassing te bevorderen. Het gaat om:

  • Kaderrichtlijn afvalstoffen (richtlijn 2008/98/EG, hierna: KRA), in Nederland met name geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (hierna: Wm);
  • Richtlijn verpakkingen en verpakkingsafval (richtlijn 94/62/EG, hierna: richtlijn verpakkingen), in Nederland met name geïmplementeerd in het Besluit beheer verpakkingen 2014 (hierna: Besluit).

Wet milieubeheer

De Wm bevat de hoofdregels voor het beheer van afvalstoffen in Nederland. Gemeenten zijn op grond van artikel 10.21 van de Wm verplicht tot inzameling van huishoudelijk afval, waaronder verpakkingsafval dat bij huishoudens vrijkomt. Het Afvalbeheerbeleid is uitgewerkt in het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2). Daarin zijn regels over afvalscheiding opgenomen. De specifieke regels voor verpakkingen zijn opgenomen in het Besluit.

Besluit beheer verpakkingen 2014

Het Besluit is ter uitvoering van de Europese richtlijn verpakkingen ter vermindering van de milieudruk van verpakkingen en ten behoeve van een adequaat beheer van verpakkingsafval. Daartoe bevat het Besluit regels over de samenstelling van verpakkingen om schadelijkheid van die verpakkingen in het afvalstadium te voorkomen en om de hoeveelheid verpakkingsafval zoveel mogelijk te beperken. Tevens bevat het Besluit regels over inname en verwerking van verpakkingen die afval zijn geworden.

Een producent of importeur (hierna: PI) is uit hoofde van het Besluit verantwoordelijk voor preventie, inzameling en recycling van het verpakkingsafval dat ontstaat ten gevolge van door hem in Nederland in de handel gebrachte verpakte producten. Ook is hij verantwoordelijk voor het verpakkingsafval waarvan hij zich heeft ontdaan. De PI’s betalen de kosten voor de gescheiden inzameling of de inzameling en nascheiding van verpakkingen afkomstig uit huishoudens. De inzamelkosten voor verpakkingen die als bedrijfsafval vrijkomen worden gedragen door de ontdoener (artikel 5). De PI’s moeten individueel of gezamenlijk in een jaarlijks verslag inzichtelijk maken hoe zij aan de verplichtingen van het Besluit (artikelen 8 en 9) hebben voldaan.

Om de verslaglegging door de PI’s mogelijk te maken zijn afvalbedrijven verplicht melding te doen van de aan hen afgeleverde afvalstoffen, voor zover het verpakkingen betreft. Deze melding dient te worden gedaan aan de organisatie die op basis van de wet is belast met de uitvoering van de algemeen verbindend verklaarde Afvalbeheersbijdrageovereenkomst verpakkingen (artikel 10). De regels voor de melding zijn opgenomen in een Ministeriële Regeling (te publiceren).

Raamovereenkomst verpakkingen 2013-2022

In de Raamovereenkomst staan afspraken over de uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen. De Raamovereenkomst is gesloten tussen het ministerie van Infrastructuur en Milieu (hierna: IenM), de VNG en het verpakkende bedrijfsleven. De Raamovereenkomst omvat de aanpak van de dossiers verpakkingen en zwerfafval. De VNG en het verpakkende bedrijfsleven zijn op de Raamovereenkomst aanvullingen en verduidelijkingen overeengekomen, die zijn vastgelegd in het Addendum Raamovereenkomst Verpakkingen. Afspraken uit de raamovereenkomst 2008-2012 over de inzameling en kostenvergoeding van glas, papier en karton, hout en metalen zijn niet herzien en blijven ongewijzigd van kracht.

In de Raamovereenkomst staat dat afspraken zoveel mogelijk in regelgeving worden vastgelegd zodat handhaving van de afspraken kan plaatsvinden. Hierdoor is de regelgeving voor verpakkingen, waaronder het Besluit, in 2014 gewijzigd en geactualiseerd. Daarnaast is een Ministeriële Regeling Verslaglegging en het Basisdocument Monitoring verpakkingen tot stand gekomen.

In de Raamovereenkomst is afgesproken dat gemeenten voor in de Raamovereenkomst bepaalde taken een kostenvergoeding van de PI’s ontvangen. Na de publicatie van de Raamovereenkomst zijn aanvullende afspraken uitgewerkt en zijn alle afspraken volledig gespecificeerd opgenomen in dit UMP.

Ministeriële Regeling Verslaglegging en Basisdocument Monitoring

Het ministerie van IenM heeft in samenwerking met de partijen van de Raamovereenkomst een Basisdocument Monitoring Verpakkingen 2013-2022, versie 1.0 van augustus 2013 (hierna: Basisdocument) opgesteld. Dit Basisdocument beschrijft op hoofdlijnen de wenselijke monitoring van verpakkingen vanaf de start van de Raamovereenkomst. De voorgeschreven systematiek is de basis voor onafhankelijke, transparante, betrouwbare en verifieerbare rapportage over o.a. de in Nederland in de handel gebrachte verpakkingen en de recycling van verpakkingsafval. Om de handhaving en de uitvoering van de monitoring verpakkingen mogelijk te maken zijn de hoofdlijnen vanuit het Basisdocument vastgelegd in een Ministeriële Regeling Verslaglegging (‘Regeling formulier verslaglegging verpakkingen’). De vastlegging van de monitoringsystematiek in de Ministeriële Regeling Verslaglegging maakt het voor ILT mogelijk handhavend op te treden.

Afvalbeheersbijdrageovereenkomst verpakkingen

In de Afvalbeheersbijdrageovereenkomst verpakkingen (hierna: ABBO) is de financiering van de afvalbeheersstructuur geregeld, zoals overeengekomen in de Raamovereenkomst. De financiering heeft onder meer betrekking op de financiering van een inzamel- en verwerkingssysteem voor verpakkingen. De ABBO is opgesteld door de Stichting Verpakkingen Fast Moving Consumer Goods, Stichting Verpakkingen Non Food, Stichting Bedrijfsverpakkingen Nederland en de Stichting Afvalfonds Verpakkingen (hierna: Afvalfonds).

De minister van IenM heeft, op grond van art 15.36 van de Wm, de ABBO algemeen verbindend verklaard voor de periode 1 januari 2013 t/m 31 december 2017. Het Afvalfonds moet ten behoeve van de PI’s voldoen aan de relevante bepalingen van het Besluit. Een PI is verplicht om een afvalbeheersbijdrage af te dragen aan het Afvalfonds. Het Afvalfonds kan op haar beurt een deel van de uitvoering opdragen aan een uitvoeringsorganisatie. Zij sloot hiervoor onder meer een service level agreement met Stichting Nedvang voor het verzorgen van de monitoring van de inzamel- en recycling doelstellingen en het onderhouden van de contacten met de gemeenten, afvalbedrijven en recyclers (zie verder paragraaf 5.3).

4. Doelstellingen voor recycling en nuttige toepassing

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

Om het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen en de hoeveelheid afval zoveel mogelijk te voorkomen, is recycling van verpakkingsmaterialen wenselijk. Dit uitgangspunt staat in artikel 10.4 Wm, eerste lid, als de prioriteitsvolgorde voor afvalbeheer. Deze prioriteitsvolgorde is gebaseerd op de volgorde zoals die is aangegeven in de ladder van Lansink en geeft als gewenste volgorde voor het omgaan van afval:

  1. preventie;
  2. hergebruik;
  3. recycling;
  4. energieterugwinning;
  5. verbranden;
  6. storten.

De hoedanigheid van verpakkingsafval is zodanig dat recycling technisch vaak wel maar economisch niet altijd haalbaar is. De recyclingdoelstellingen uit het Besluit zijn daarom in die gevallen alleen haalbaar als de PI op grond van zijn producentenverantwoordelijkheid het tekort in de keten van huishoudelijk verpakkingsafval financiert.

Naast de recyclingdoelstellingen definieert het Besluit ook doelstellingen voor het totaal van nuttige toepassing van gebruikte materialen. Het Basisdocument geeft de vormen van toepassing die het, naast recycling, betreft.

Tabel 1 - Doelstellingen voor recycling per materiaal en totaal nuttige toepassing van verpakkingsafval zoals opgenomen in het Besluit, in gewicht-% ten opzichte van het in de handel gebrachte gewicht van de verpakking (per materiaal).

De Raamovereenkomst bevat in artikel 9 daarnaast het streven tot het sneller behalen van de doelstellingen voor kunststof en hout (Tabel 2).

Tabel 2 - Het streven voor recycling per materiaal zoals opgenomen in de Raamovereenkomst, in gewicht-% ten opzichte van het in de handel gebrachte gewicht van de verpakking.

 

5. Organisatie van producentenverantwoordelijkheid

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

Zoals in hoofdstuk 3 is beschreven, zijn de PI’s verantwoordelijk voor het beheer van verpakkingen. Om deze producentenverantwoordelijkheid uit te kunnen voeren, moeten de organisaties die een rol spelen in de verpakkingsketen afspraken maken en uitvoeringsregels vaststellen. In Figuur 4 is een schematische weergave van de verpakkingsketen gegeven. De blauw gemarkeerde organisaties spelen een centrale rol in de uitvoerings- en monitoringprotocollen. Hun rol komt in paragraaf 5.2 t/m 5.6 aan de orde.

Figuur 4 - Schematische weergave van de verpakkingsketen.

 

5.1 Ketenbeschrijving

De PI’s brengen in Nederland verpakkingen (en producten) in de handel. PI’s die jaarlijks meer dan 50.000 kilogram aan verpakkingen in Nederland in de handel brengen, zijn verplicht jaarlijks hierover opgave te doen aan het Afvalfonds en afvalbeheersbijdrage te betalen.

Bedrijven en consumenten gebruiken de door de PI’s in de handel gebrachte producten en ontdoen zich van de verpakkingen. Ook importeurs ontdoen zich van geïmporteerde verpakkingen. Op die momenten ontstaat verpakkingsafval.

Wanneer verpakkingen vrijkomen als bedrijfsafval regelt en betaalt de ontdoener zelf de inzameling en verwerking ervan. Gemeenten zijn uit hoofde van de wet milieubeheer verplicht om verpakkingen die bij huishoudens als afval vrijkomen in te zamelen. Een gemeente organiseert de inzameling en verwerking met gebruik van een eigen of een gecontracteerd afvalbedrijf. De gemeente doet aan Nedvang opgave en maakt hierdoor aanspraak op een vergoeding van het Afvalfonds voor de inzameling en recycling.

Zowel het (verpakkings)afval van bedrijven als van huishoudens gaat naar een afvalbedrijf. Dit afvalbedrijf meldt het gewicht van het ingezamelde verpakkingsafval, afkomstig van bedrijven en huishoudens via een opgave aan Nedvang. Ook meldt het afvalbedrijf het gewicht van het verpakkingsafval dat zij ontvangt van een collega-afvalbedrijf. Vervolgens zorgt het afvalbedrijf voor de verdere bewerking van het verpakkingsafval.

De bewerkte materialen levert het afvalbedrijf aan recyclers en inrichtingen voor energie terugwinning. Het afvalbedrijf en de recycler maken door opgave van het gewicht aan Nedvang aanspraak op een vergoeding door het Afvalfonds voor de bijdrage aan de verslagleggingsplicht van de PI’s.

Nedvang beoordeelt de opgaven van gemeenten, afvalbedrijven en recyclers. Bij goedkeuring berekent Nedvang de hoogte van de vergoeding en stuurt zij een betaaladvies naar het Afvalfonds. Het Afvalfonds betaalt de vergoedingen op basis van deze adviezen uit.

Het Afvalfonds verzorgt de jaarlijkse verslaglegging aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).

5.2 Afvalfonds Verpakkingen

Het Afvalfonds zorgt namens de PI’s voor de collectieve uitvoering van het Besluit, de Raamovereenkomst en de algemeen verbindend verklaarde ABBO. Het Afvalfonds int bij PI’s de afvalbeheersbijdrage.

Elke PI in Nederland, met uitzondering van de drempelbepalingen (Besluit artikel 8), is verplicht om het totaal gewicht verpakkingen dat zij per kalenderjaar in de handel brengt op te geven aan het Afvalfonds. Op basis van deze gegevens int het Afvalfonds de afvalbeheersbijdrage en verkrijgt zij gegevens voor de jaarlijkse verslaglegging aan de ILT. De manier waarop het Afvalfonds de uitvoering en monitoring van deze producentenverantwoordelijkheid organiseert, staat beschreven op www.afvalfondsverpakkingen.nl. Het UMP gaat hier niet op in.

Het Afvalfonds besteedt een deel van de uitvoering van het Besluit via een service level agreement uit aan Nedvang. Nedvang stuurt het Afvalfonds betaaladviezen voor vergoedingen aan gemeenten en afvalbedrijven. Het Afvalfonds keert de vergoedingen uit.

Het Afvalfonds beheert via de opgaven van de PI’s alle gegevens van de gedurende een kalenderjaar in Nederland in de handel gebrachte verpakkingen en ontvangt de geaggregeerde van de markt gegevens van Nedvang ten behoeve van het opstellen van de monitoringsrapportage. Afvalfonds stelt de monitoringsrapportage op en brengt voor 1 augustus na het jaar waarop de rapportage betrekking heeft verslag uit aan de ILT en vult zo haar verplichtingen op grond van het Besluit namens de PI’s in. De monitoringsrapportage maakt hierbij onderdeel uit van de verslaglegging.

5.3 Nedvang

Nedvang (Nederland, Van Afval Naar Grondstof) fungeert als uitvoeringsorganisatie zoals omschreven in artikel 2.7 van de ABBO en artikel 4 van de raamovereenkomst 2008-2012. Het Afvalfonds heeft een deel van de uitvoerende taken die voortkomen uit het Besluit uitbesteed aan Nedvang. Nedvang verzorgt de gegevensverzameling voor de monitoring van de inzamel- en recyclingdoelstellingen en stimuleert de inzameling en recycling. Daarvoor sluit zij deelnemersovereenkomsten met gemeenten en rapportageovereenkomsten met afvalbedrijven en houdt deze in stand. Nedvang beoordeelt opgaven, berekent het recht op vergoedingen en geeft betaaladviezen aan het Afvalfonds op basis van goedgekeurde opgaven.

Nedvang werkt voor de uitvoering en monitoring samen met gemeenten, afvalbedrijven en recyclers. Zij is ook hun gesprekspartner voor het UMP. Gemeenten worden deelnemer bij Nedvang en afvalbedrijven en recyclers kunnen met Nedvang een rapportageovereenkomst sluiten. De afspraken voor samenwerking staan beschreven in respectievelijk de deelnemers- en rapportageovereenkomst. Nedvang faciliteert met WasteTool de registratie van de ingezamelde en gerecyclede gewichten verpakkingsafval door afvalbedrijven en gemeenten. Nedvang beoordeelt opgaven van afvalbedrijven, recyclers en gemeenten voor opname in de monitoring en de uitkering van vergoedingen.

5.4 Gemeente

Een gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van verpakkingsafval bij huishoudens op grond van artikel 10.21 van de Wm. Ze neemt daarbij het beleidskader van het Landelijk Afvalbeheerplan in acht met daarin regels over de gescheiden inzameling van afvalstoffen.  

Een gemeente regisseert de keten van het huishoudelijk verpakkingsafval vanaf de inzameling bij huishoudens tot en met de aanlevering bij een recycler. Voor de ontvangst en verdere bewerking van het ingezamelde verpakkingsafval contracteert de gemeente zelf een afvalbedrijf dat door Nedvang erkend is. De gemeente zorgt ervoor dat het materiaal voldoet aan de daarvoor gestelde kwaliteitseisen.

Gemeenten worden voor de uitvoering van het verpakkingendossier deelnemer bij Nedvang. De gemeente zorgt voor een tijdige, periodieke opgave aan Nedvang van het inzamel- en recyclegewicht van het verpakkingsafval. De gemeente is verantwoordelijk voor de kwantitatieve en kwalitatieve betrouwbaarheid van de gegevens in de opgave. Een gemeente beheert hiervoor verpakkingsgegevens in een afvaladministratie of wijst een organisatie voor de Opgave en Afvaladministratie Gemeente (hierna: OAG-organisatie) aan om dit namens haar te doen. Een juiste opzet en werking van deze afvaladministratie waarborgt de verifieerbaarheid van deze gegevens. Een door de gemeente aangewezen OAG-organisatie meldt zich aan bij Nedvang voor een verklaring over de opzet. De regels voor uitvoering en monitoring staan beschreven in het Uitvoeringsprotocol Gemeenten.

5.5 Afvalbedrijf

Het afvalbedrijf is de partij die één of meerdere activiteiten verzorgt vanaf de inzameling van het verpakkingsafval tot en met de aflevering bij de recycler of inrichting voor energieterugwinning. Het afvalbedrijf wordt in het Besluit aangeduid als inzamelaar of verwerker. Het draagt zorg voor alle processen vanaf inzameling tot recycling van het verpakkingsafval[1].

Op grond van artikel 10 van het Besluit moet een afvalbedrijf de inzameling en de wijze van nuttige toepassing of verwijdering van verpakkingsafval melden. Zij doet dit met een opgave aan Nedvang. Een afvalbedrijf dat ook een rapportageovereenkomst met Nedvang afsluit kan voor de registratie van het verpakkingsafval aanspraak maken op een vergoeding.

Een afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de kwantitatieve en kwalitatieve betrouwbaarheid van de gegevens in de opgave aan Nedvang. Een afvalbedrijf beheert hiervoor verpakkingsgegevens in een afvaladministratie. Een juiste opzet en werking van deze afvaladministratie waarborgt de betrouwbaarheid van deze gegevens. De regels voor uitvoering, monitoring en vergoeding staan beschreven in het Uitvoeringsprotocol Afvalbedrijven.

5.6 Recycler

De recycler is de inrichting waarin het proces recycling plaats vindt[1]. Hierbij wordt verpakkingsafval omgezet naar een secundaire grondstof.

De recycler heeft de mogelijkheid opgave aan Nedvang te doen over de recycling van uit Nederland afkomstig verpakkingsafval. Hiervoor sluit zij een rapportageovereenkomst af met Nedvang en kan voor de registratie van het verpakkingsafval aanspraak maken op een vergoeding.

Een recycler is verantwoordelijk voor de kwantitatieve en kwalitatieve betrouwbaarheid van de gegevens in de opgave aan Nedvang. Een recycler beheert hiervoor verpakkingsgegevens in een afvaladministratie. Een juiste opzet en werking van deze afvaladministratie waarborgt de betrouwbaarheid van deze gegevens. De regels voor uitvoering, monitoring en vergoeding staan beschreven in het Uitvoeringsprotocol Afvalbedrijven.

6. Bijlagenoverzicht

Vergelijk met een versie uit het verleden
Delen op

Algemene UMP bijlagen

Bijlagen UP-Gemeenten

Bijlagen UP-Afvalbedrijven